A A A
ENA

Plan-MER

Wat is een plan-MER?

Een milieueffectrapport (MER) schetst een beeld van de te verwachten gevolgen voor mens en milieu van een plan of project. Verschillende scenario’s of alternatieven worden onderzocht. Het MER geeft aan hoe negatieve (milieu-)effecten kunnen worden vermeden, gemilderd, verholpen of gecompenseerd. Een MER wordt opgesteld door een team van erkende deskundigen onder leiding van een MER-coördinator.

Er bestaan twee soorten MERs: enerzijds project-MERs en anderzijds plan-MERs. Een project-MER wordt opgesteld ter voorbereiding van een vergunningsaanvraag zoals een bouw- of milieuvergunning. Een plan-MER onderzoekt de effecten van een beleid, zoals het ontwikkelen van bedrijventerreinen langsheen het Albertkanaal en weegt eventuele alternatieven af. Na de plan-MER worden voor deze bedrijventerreinen -waar nodig- ruimtelijke uitvoeringsplannen opgemaakt.

Een plan-MER voor het Economisch Netwerk Albertkanaal.

In het plan-MER worden de effecten bestudeerd van het plan op ondermeer mens, luchtkwaliteit, geluidshinder, natuur en landschap, mobiliteit, bodem en water.

De gezamenlijke effecten van het gehele ENA-programma worden geëvalueerd in één overkoepelend plan-MER op programmaniveau. Daarnaast worden er specifieke plan-MERs op gebiedsniveau opgemaakt om de meer lokale effecten te onderzoeken van een aantal potentiële bedrijventerreinen. ( Zwaaikom-Ranst, Zolder-Lummen-Zuid, Genk Zuid-Oost). De cumulatieve effecten hiervan worden geïntegreerd in het overkoepelend plan-MER.

Het plan-MER zal een antwoord geven op ondermeer de volgende vragen:

  • Hoe zal de geluids- en luchtkwaliteit evolueren in geval van realisatie van het ENA-programma? Wat zijn mogelijke gevolgen op de gezondheid van de mens?
  • Zullen belangrijke natuur- en landschapswaarden verdwijnen of verstoord worden? Als dit zo is, welke milderende maatregelen moeten dan worden uitgevoerd?
  • Wat zijn de effecten op vlak van mobiliteit in de regio bij realisatie van het volledige ENA-programma? Wat als er nog terreinen bijkomen? Welke maatregelen zijn nodig om problemen inzake mobiliteit te voorkomen of te verhelpen?
  • Zal er andere hinder zijn voor de lokale bevolking? Kunnen maatregelen worden genomen om deze hinder te voorkomen of te verminderen?

Procedure en timing

Het milieueffectenonderzoek is in 2007 opgestart en bevat drie grote fasen:

  1. Terinzagelegging van de kennisgeving.
  2. Effectenonderzoek op programmaniveau.
  3. Effectenonderzoek op gebiedsgericht niveau.

Wie doet wat?

De opmaak van het planMER wordt in goede banen geleid door een stuurgroep op Vlaams niveau met daarin vertegenwoordigers van

  • het Agentschap Economie,
  • het departement Leefmilieu, Natuur en Energie (de dienst Begeleiding Gebiedsberichte Planprocessen),
  • het departement Ruimtelijke Ordening, Wonen en Erfgoed (afdeling Ruimtelijke Planning),
  • het departement Mobiliteit en Openbare werken,
  • het Agentschap Wegen en Verkeer,
  • de POM’s Antwerpen en Limburg,
  • nv De Scheepvaart,
  • het studiebureau ARCADIS

In 2012 heeft de richtlijnenvergadering plaatsgevonden en zijn er infosessies ingericht voor de provincies Limburg en Antwerpen en de betrokken steden en gemeenten. Raadpleeg hier de presentatie voor gemeenten en provincies.

Voor een laatste stand van zaken over het plan-MER verwijzen we naar www.mervlaanderen.be

In de kijker